Geld… wie is er niét groot mee geworden? In de Zachęta National Gallery, een culturele oase in het verder nogal provinciale Warschau, is een kleine maar fijne tentoonstelling ingericht rondom de sociale, culturele en/of symbolische aspecten van pegels, poen, het slijk der aarde. Na de val van de Muur verviel Polen in roofkapitalisme, daarna werd de economie op meer gereguleerde wijze aan ‘de markt’ overgelaten. Anno nu heersen er dezelfde twijfels over neoliberale uitwassen als in de rest van Europa. ‘Bogactwo/Money To Burn’ toont schilderijen, objecten, installaties, collages en videowerk van een kleine twintig voornamelijk Poolse kunstenaars of -collectieven.
Lang voordat de Muur viel organiseerde de Luxus-kunstenaarsgroep, onder het mom ‘wat we niet hebben maken we zelf’, tentoonstellingen over luxe en luxe-artikelen. Invloeden van Amerikaanse pop-art werden vermengd met aspecten van het grauwe Poolse leven van die tijd. Hier een Luxus-100 bankbiljet.
Van Piotr Uklánski is een vijftiental even grappige als rake geldcollages te zien. Daarin wordt gerefereerd aan zowel (ex-)koloniale…
… als geopolitieke issues die van invloed waren en zijn op de wereldwijde economie.
Rafaɫ Dominik: Scirocco. Geld betekent status, en die dient te worden geëtaleerd. En daar zijn snelle auto’s voor gemaakt. Op de achtergrond Golden Rain, een muurdecoratie van Maurycy Gomulicki die knipoogt naar het kenmerkende, kitscherige dessin van nóg zo’n statussymbool: de Louis Vuitton-tas.
Nog twee werken van Maurycy Gomulicki: uiterst links Midas, een stapel namaak-juwelen onder een stolp, en uiterst rechts Diamonds Are Forever. Daartussenin een tekening (ik weet niet van wie) en de geschilderde kreet Daj Mi Wszystko (I Want It All) van Jadwiga Sawicka.
Nogmaals Midas van Maurycy Gomulicki.
Amber (barnsteen/bursztyn) is van oudsher hét Poolse symbool voor rijkdom en wordt ook wel het Poolse Goud genoemd. Toen in de jaren ‘90 het kapitalisme het land overspoelde, ging dat gepaard met een enorme groei van fast foodrestaurantjes. Met name over kebabzaakjes struikel je zowat in Warschau. In Amber Kebab combineert Maria Toboɫa het ‘verheven’ materiaal amber met de instant-bevrediging van goedkoop voedsel – en van het zielloze kopûh-kopûh-kopûh-consumentisme.
Is It Safe? van Ewa Axelrad is een forse lichtbak met daarop de foto van een gouden kies, eveneens een Pools symbool voor rijkdom. Hoewel het nergens ter sprake komt doet de titel van het werk meteen denken aan de tandarts-from-hell die Dustin Hoffmann onder handen neemt in The Marathon Man… en dan is dat ándere Poolse trauma –Auschwitz- ook niet ver weg meer.
Hoogtepunt van Money To Burn vond ik de (foto)installatie Bank van Nicolas Grospierre, waarin de illusie van geld (want slechts virtuele getallen op een beursscherm) en de daarmee gepaarde schijnzekerheid fraai worden verbeeld. De kleine kluisjes zijn van bordkarton of een met behulp van spiegels gecreëerde fata morgana.
De expositie eindigt met wat lijkt op een illegaal gelddrukkerijtje. De naam van de kunstenaar ontbreekt, maar in de hoek (te donker voor de foto) ligt een Robin Hood-muts…
T/m 23 oktober a.s.
Leave a Reply