Art Basel Parcours

Parcours is een slim bedacht side- evenement van Art Basel, waar dit jaar op verschillende plekken in de oude binnenstad installaties te zien waren van kunstenaars die je ook op de beurs zelf kon zien.

Slim, want het brengt het publiek toch ook op de andere bezienswaardige plekken van Basel. Slim, want gratis en natuurlijk ook interessant voor de middenstanders tussen de locaties onderling, waardoor het draagvlak in de stad alleen maar groter zal worden. Parcours wordt als een volwaardig evenement gepresenteerd, met eigen plattegronden, bewegwijzering en perfect uitgevoerd gastheer dan wel – vrouwschap.

Zoals op elke afdeling in Art Basel was er zelfs speciale kleding ontworpen voor al het personeel, opdat elke verwarring bij voorbaat in de kiem werd gesmoord. Zo hadden ze op de Unlimited afdeling, waar het wat kouder was, bijvoorbeeld een hoodie. (Het zijn details, maar wel interessant om de bijzonder gestroomlijnde bedrijfsvoering achter deze gigant te doorgronden.)

Ik bezocht een aantal van de 23 installaties. Daarbij viel regelmatig mijn mond open van verbazing over de locatie waar het plaatsvond. Ik bedoel: énorme musea, met gigantische zalen waarin ik ook wel bizarre zaken ontwaarde. In het Naturhistorisches Museum stond een giraffe in het trapgat gepositioneerd, op zo’n manier dat ie eenmaal boven er precies met zijn snuit bovenuit stak. Ook was er een heel lief vosje dat welkom heette.

In dit museum waren verschillende installaties. Mark Manders richtte er twee kamers in, eentje met een bergje Notional Newspapers en aangrenzend belegde hij de vloer met canvas en krantenlagen waartussen zich drie dode vogels bevonden. Ik liep er voorzichtig overheen, want hoewel dood, het idee van op zo’n beestje staan is toch niet fijn.

De vloer veerde en dat was in zekere zin onaangenaam. Aan de wanden een aantal schilderijen van vallende woordenboeken, ook weer op krantenpapier. In dit tehuis van geconserveerde dood zetten die drie vogels van Manders mij toch aan het denken over het leven en hoe je tijd zou kunnen vangen of bewaren. En welke woorden je daarbij nodig hebt.

Voorts was er een ruimte met relaxmatjes waarop je in trance kon raken van de op zeer groot scherm gepresenteerde film van Julian Charriere waar in slowmotion een palmolieplantage te zien was met verschillende doolgangen en die langzaamaan in een alternatieve raveparty locatie veranderde.

Mark Manders had een grotere installatie op een andere plek, naast de Elisabethskirche. In dit appartement op de eerste en tweede verdieping waren alle ramen dichtgeplakt met Notional Newspapers waardoor een benauwd gevoel ontstond, wat nog werd versterkt doordat in sommige kamers dun plastic was opgehangen. Het leek net of de kunstenaar in alle haast zijn atelier had verlaten, met achterlating van een in zichzelf gekeerd onaf beeld.

Onder het plastic in de keuken ontwaarde ik Manders’ beroemde lucifers met slappe touwtjes ertussen, als gedachten die niet meer overeind blijven. Er waren verder nog kleine en grote sculpturen, in verschillende stadia van presentatie (op een museale sokkel, achteloos met pleisters op de muur geplakt) die met terugwerkende kracht allemaal onder mijn huid zijn gaan zitten.

Op de bovenverdieping bereikte de benauwing een hoogtepunt: je moest laveren tussen bedrieglijk echte klapstoeltjes, overigens óók beplakt met nepkranten, waarop losse panelen stonden met een verscheidenheid aan afbeeldingen van iemand met een grote voet. Aan het eind van het gangetje kwam je uit in een kleine ruimte waar een tekening hing die ik vrij heftig vond.

Bij het verlaten van het pand zag ik nog net een bordje verscholen dat de pastoor had opgehangen: ‘Für Seelsorge bitte bei M.H läuten.’

Van de andere bijdragen aan Parcours noem ik alleen nog die van Stanley Brouwn.

In het Kunstmuseum was er een installatie met verschillende richtingen in plakband geplakt. Ik weet dat er veel mensen zijn die zijn kunst waarderen, maar ik heb er helemaal niets mee. Het was bovendien uitgevoerd in plakband dat langzaam losliet. Daar ga ik me dan toch aan ergeren. Omdat ik er toch was ben ik door de zalen gaan zwerven en was onder de indruk van de enorme collectie oude meesters. En het hoogtepunt was een geheel onverwachte serie werken van Gerhard Richter, die tussen de oude schilderijen opdook. Heel Duits, heel erg prachtig. Mijn reisgenoot en ik verlieten zeer tevreden het museum.

Inge Pollet
About Inge Pollet 31 Articles
Schrijver, ex-kunstenaar. Werkt als tentoonstellingsmaker en projectontwikkelaar. Plaatsmaker voor kunst en poëzie. Redacteur, nadenker. Tevens new waver en wens-Belg. Wildspotter buiten en binnen het veld. Atelierbezoeker. Sterrenkijker.

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*