Hein van Delft en Simon Oud – Skin @ Wgkunst

    Oud links, Van Delft rechts

Als dit kan, kan dat ook
Hein van Delft en Simon Oud in ‘Skin’

Waar Hein van Delft (Oisterwijk, 1951) naar de grond kijkt, ziet Simon Oud (Bovenkarspel, 1956) wat erop staat. Beide kunstenaars bewegen zich in het vlakke land, de platte schotel die de lage landen vormen, een landschap in het water dat net niet over de rand heen stroomt. Misschien kijken ze eigenlijk meer naar het water, waar de dreiging vandaan komt, dan naar de bodem die een veilig heenkomen biedt, en laten ze zien waar de grond onder de voeten in verdwijnt.

wgkunst.nl/hein-van-delft-simon-oud

    Oud links, Van Delft rechts

Hein van Delft, die uit Brabant komt, verkende het Friese en Groningse land per boot. Hij voer over het water door de veengronden en de weilanden. Simon Oud groeide op in de Kop van Noord-Holland in wat letterlijk het waterland heet, groene stroken van akkers tussen afwateringsvaarten. Overal in dat land ziet hij bouwsels als wiggen staan: boerderijen, schuren, keten, schuilhutten voor mens en vee, molens en dijken. De afgeschuinde en omgevouwen vormen van die spaarzame bebouwing voeden zijn sculpturale blik. Wat in het zicht staat, maakt de leegte ruimtelijk. De mathematische lijnen en vlakken van het landschap benadert hij niet in afgemeten rekenkunde, maar als menselijke manifestaties in het gecultiveerde polderland.

    Oud

Hein van Delft bukt zich naar de bodem en neemt de aarde in zijn hand. Hij wrijft de grond fijn tussen zijn vingers en tast de aard ervan af. Met caseïne maakt hij er een emulsie van die hij als grondstof gebruikt om er een neutrale drager mee te bedekken, zodat hij de identiteit van het natuurlijk materiaal in essentie weergeeft. Het is levende materie met een geschiedenis die aan de mensheid voorafgaat en waar we uit zijn voortgekomen. Hein van Delft maakt vuile handen om de schoonheid van het sediment voelbaar en zichtbaar te maken. In uiteenlopende grondsoorten vindt hij sporen van plantaardig, dierlijk en menselijk leven, van aangespoeld en afgezet slib, van morene, kalk, klei, veen, zand en gruis.

    Vlnr Simon Oud, Alex de Vries, Hein van Delft

De blik van Simon Oud valt op de dingen die de mens schaars in het landschap heeft gezet met hout, stenen, mortel en metaal. Daar geeft hij betekenis aan door erin plaats te nemen, erachter uit de wind te gaan staan of ervoor een plek in te nemen en in de verte te kijken. Een sculptuur van Simon Oud heb je net zo vaak in de rug als dat je er tegenaan kijkt. De schrale eenvoud van die beelden in messing en zink is in hun aaneenschakeling een sculpturale taal in tekens geworden, van karakters gesmeed in weer en wind. Waar in de westenwind eerst alles is schoon geblazen en vlekkeloos gepolijst, ontstaan nu beelden waar het weer juist inzit, gevlekt en geërodeerd. In zijn rechte, vlakke vormen die altijd scheluw in de omgeving staan, brengt hij nu als een overstek knikken aan. Vijfhoekige lichamen krijgen een ezelsoor.

    Van Delft links, Oud rechts, midden hondje Twinkel

Wat een rechthoekige compositie in de polder is, zoals het Beemsterland in volgelvlucht laat zien, krijgt bij Simon Oud een eigen driedimensionale choreografie. In een dansende kubus lost hij de voor- en achterkant in elkaar op. De lege ruimte tussen de vlakken van zink, wordt met messing afgesloten. De ribben van het beeld zijn de bouwstenen waaruit hij het lichaam vormt. Hij vangt de ruimte in de dynamiek van gevarieerde vormen. Steeds improviseert hij op het patroon dat is uitgezet. Als beeldhouwer leidt hij het materiaal dat hem volgt. Altijd is er een onverwachte gevolgtrekking: als dit kan, kan dat ook.

    Oud links, Van Delft rechts

De vader van Hein van Delft was de beste leerlooier in de omtrek van Waalwijk met suède als specialiteit. De gevoeligheid voor textuur en hoe die tot stand wordt gebracht, is voor de kunstenaar die eerder werkte als landschapsarchitect een leidraad geworden. De totstandkoming en ontwikkeling van het land in de IJsselmeerpolder is door Hein van Delft in minimale monochromie verbeeld. Door er reliëf in aan te brengen en het platte vlak om te vormen tot gespannen bogen heeft hij de eigenschappen van grondsoorten onderscheidend en zelfstandig verbeeld. IJzerhoudende grond en werkplaatsen voor oude metalen zijn de voedingsbodem voor werk dat hij een roestig weefsel geeft, een verweerd en verkleurd vel dat een persoonlijk verwerking is van ooit verloren energie. Uit een tweedimensionale verwerking van bodemvondsten zijn ruimtelijke samenstellingen ontstaan die als installatie de onderlinge verhoudingen tussen de beeldelementen benadrukken. Tussen de overeenkomsten en de verschillen in de grondtoon laat Hein van Delft zich horen in het werk dat hij laat zien. Het is syncopisch werk met klankaccenten in gevonden stenen en schelpen. Zij vormen het slagwerk in de harmonie van zijn installaties in oude kerken op historische terpen.

    Van Delft links, Oud rechts

Bij Simon Oud staat er een gewas op het land, of een koe, schaap of paard, een loslopende hond. Iemand werkt er op klompen, met een ribkoordbroek en een kiel aan, met een pet op. Hij heeft een zeis en een vlegel.
Hoewel ieder beeld van Simon Oud eenzaam op zichzelf staat, vormen ze samen in het grote geheel een samenhang die door het gemalen waterland overeind wordt gehouden. Ze worden omhooggestoken als hooischoven die op een kar worden geladen.

De gezamenlijke tentoonstelling van Hein van Delft en Simon Oud in WG-Kunst heet Skin en gaat erover dat achter de huid van het beeld een innerlijke wereld te vinden is die door het uiterlijk vertoon ervan wordt bevestigd. We zien het werk van twee gevoelige kerels die op hun eigen manier door het leven zijn getekend, waarbij een bepaalde mate van geluk samenhangt met een bepaalde mate van tragiek. In Skin zien we werk dat zich tot elkaar verhoudt zoals Oud en Van Delft ten opzichte van elkaar een plaats in de wereld en in de beeldende kunst hebben. Ze zijn heel verschillend in hun benadering van overeenkomstige fascinaties en vinden elkaar in het niemandsland van de lege ruimte onder het opengewaaide firmament boven de lage landen.

Nog tot 25 februari:
wgkunst.nl/hein-van-delft-simon-oud

About Alex de Vries 9 Articles
Alex de Vries (Erica, 1957) schrijft over beeldend kunstenaars. In 1979 was hij medeoprichter en tot 1984 redacteur van het tijdschrift Metropolis M. Daarna werkte hij voor het Shaffy Theater in Amsterdam, de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem en als directeur van de Academie voor Kunst en Vormgeving ’s-Hertogenbosch. Sinds 2001 werkt hij als zelfstandig auteur samen met grafisch ontwerper Jan Willem den Hartog in het bureau Stern/Den Hartog & De Vries in Den Haag waar Uitgeverij De Zwaluw een onderdeel van is.

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*